Andere tijden? Werkende ouders in corona-tijd

Auteurs: Stéfanie André,  Roos van der Zwan en Janna Besamusca

Door de coronacrisis moesten Nederlanders half maart massaal thuis aan het werk en sloten de scholen en kinderdagverblijven. Welke effecten hebben deze plotselinge veranderingen op de werk-privébalans van ouders met thuiswonende kinderen? Is de verdeling van betaald werk en zorg voor het huishouden en de kinderen tussen vaders en moeders veranderd? Hebben vaders en moeders hun werktijden aangepast? En op welke manier? Onderzoekers van de Radboud Universiteit, Universiteit Utrecht en Universiteit van Amsterdam zochten het uit.

Een ongelijke werk-privébalans

Het is voor veel mensen een zoektocht: de ideale werk-privébalans, of op zijn minst een gezonde balans tussen werk en privé. Sinds het toetreden van vrouwen op de arbeidsmarkt blijkt het voor veel gezinnen moeilijker om een gezonde balans te vinden tussen betaald werk en bijvoorbeeld de zorg voor het huishouden en de kinderen. Hoewel er geen eenduidige werk-privébalans is die voor iedereen werkt,  kunnen we wel aan mensen vragen hoe ze de balans tussen hun werk en hun privéleven ervaren. Uit onderzoek blijkt dat de balans vaak als slechter wordt ervaren wanneer werkgerelateerde taken de privé-tijd binnendringen of andersom. Hoe groter de spill-over is van werk op het privéleven, des te minder voelen mensen dat er een gezonde werk-privébalans is. En de grootste invloed op de werk-privébalans vanuit het werkdomein is het aantal uren dat gewerkt wordt, terwijl vanuit het privédomein de grootste invloed komt van het hebben van kinderen. Vrouwen en parttimers blijken minder evenwicht te ervaren tussen werk en privé dan mannen en fulltimers, en aangezien vrouwen vaker parttime werken kan dit een dubbele last betekenen voor hun werk-privébalans. Dat is interessant omdat, zeker in Nederland, vrouwen vaker parttime werken en mannen vaker fulltime. Daarnaast is ook de verdeling in huishoudelijke taken ongelijk. Vrouwen besteden in Nederland meer uren aan het huishouden en de kinderen dan mannen.

 

En toen kwam corona

Half maart werd bekend dat Nederland in een ‘intelligente lockdown’ ging: mensen moesten zo veel mogelijk thuiswerken. Thuiswerken betekent voor veel mensen al dat werk en privé meer door elkaar gaan lopen. Twee dagen later sloten alle scholen en kinderdagverblijven. Dit betekende dat nu ook het privé-gedeelte van de werk-privébalans veranderde. Nu werd van ouders verwacht dat ze thuiswerkten, wat zeker met thuiswonende kinderen, voor extra werkdruk kan zorgen. Daarnaast moest er niet alleen gewerkt worden met kinderen in huis, van ouders met schoolgaande kinderen werd ook verwacht dat zij hielpen met het schoolwerk. Moeders deden altijd al meer in de zorg voor kinderen en het huishouden. Daarom is de vraag wat het effect van de corona-pandemie is op de taakverdeling tussen moeders en vaders en de werktijden van moeders en vaders. En wat gebeurt er dan met de vrije tijd van mannen en vrouwen?

 

De taakverdeling tussen moeders en vaders

Wij vroegen aan een steekproef van moeders en vaders met minstens één thuiswonend kind en minstens één werkende partner in het huishouden hoe de ervaren taakverdeling was wat betreft de zorg voor het huishouden en de kinderen vóór de coronacrisis en tijdens de coronacrisis.

Figuur 1 en 2 laten zien dat moeders veel vaker dan vaders aangeven dat zij meer doen in het huishouden en in de zorg voor de kinderen, zowel voor als tijdens de intelligente lockdown. De verhoudingen zijn wel veranderd sinds de coronacrisis. De figuren maken duidelijk dat de taakverdeling in het huishouden en de zorg voor de kinderen volgens moeders en vaders iets minder ongelijk is geworden. Vaders zijn dus meer gaan doen, maar moeders doen nog steeds het grootste deel van de taken in het huishouden en de zorg voor de kinderen. De ongelijkheid lijkt groter te zijn bij de zorg voor kinderen dan bij de verdeling van huishoudelijke taken.

FIGUUR 1: verdeling huishouden tussen partners voor en tijdens de lockdown en uitgesplitst naar gender

FIGUUR 2: verdeling zorg voor de kinderen tussen partners voor en tijdens de lockdown en uitgesplitst naar gender

Werken moeders op andere tijden dan vaders?

Vaders zijn tijdens de lockdown meer gaan zorgen voor de kinderen, ook tijdens hun werktijd. Maar heeft dit nu effect gehad op de tijden waarop ze zijn gaan werken en is dit anders dan voor moeders? Internationaal onderzoek toont aan dat ouders van kleine kinderen hun werkuren verminderden in landen waar scholen en kinderopvang gesloten waren. Echter ging dit vaak om slechts een beperkt aantal uren (in de VS bijvoorbeeld maar 2.5 uur per week voor moeders en 30 minuten voor vaders) – veel minder uren dan erbij kwamen aan zorgverplichtingen en thuisonderwijs. Een groot deel van de zorg voor kinderen moest dus komen uit tijd waarin ouders ofwel tegelijk werkten en zorgden, dan wel uit werkuren die op andere momenten ingehaald moesten worden. De verandering in werktijden sinds de aanvang van de coronacrisis is weergegeven in Figuur 3. We hebben moeders en vaders gevraagd of ze minder, evenveel of meer werken op reguliere werkdagen, maar ook in de avonden, vrije dagen of weekenden. Vooral op reguliere werkdagen zijn ouders, moeders iets vaker dan vaders, minder gaan werken. Dit is logisch omdat er door veel mensen thuisgewerkt moest worden terwijl de kinderen ook thuis waren en dus verzorgd, vermaakt en onderwezen moesten worden. Deze afname in werkuren tijdens “werktijd” lijkt echter gecompenseerd te worden buiten de reguliere werktijden. Ouders zijn (veel) meer gaan werken in de avonden, op vrije dagen en in het weekend. Dit geldt in sterkere mate voor moeders. Hoewel de taakverdeling tussen ouders wat betreft het huishouden en de zorg voor de kinderen dus iets gelijker is geworden sinds de coronacrisis, lijkt de crisis toch vooral effect te hebben op de werktijden van vrouwen.

FIGUUR 3: verandering in werktijden sinds de coronacrisis, uitgesplitst naar gender

Dat vrouwen meer werkten buiten de reguliere werktijden, heeft bovendien nóg een nadelig effect. Figuur 4 laat zien dat vooral moeders sterk aan vrije tijd hebben ingeleverd. Maar liefst 57% van de moeders geeft aan (veel) minder vrije tijd te hebben, bij de vaders is dat 36%. Dat betekent dat de leisure gap, het feit dat vrouwen gemiddeld genomen minder vrije tijd hebben dan mannen, in Nederland is toegenomen door de intelligente lockdown.

FIGUUR 4: verandering in vrije tijd sinds de coronacrisis, uitgesplitst naar gender

Een stap naar een nieuw normaal?

Vaders zeggen dus, relatief ten opzichte van vóór de coronacrisis, meer te zijn gaan zorgen voor hun kinderen. Maar moeders zeggen nog steeds dat zij het meest doen en leveren meer in op vrije tijd dan vaders. Deze toename van vaderlijke zorg biedt in gezinnen de mogelijkheid om opnieuw te praten over de verdeling tussen werk en zorg. Het is namelijk zorgelijk dat moeders tijdens de lockdown meer op hun vrije tijd hebben ingeleverd dan vaders. Voor vaders kan deze nieuwe situatie een opening bieden om met hun werkgever in gesprek te gaan over hoe zij hun werk, privéleven en zorgtaken willen combineren. Het nieuwe normaal kan dus ook zijn dat vaders die dat willen meer gaan zorgen, bijvoorbeeld door minder of op andere tijden te werken dan nu. Werkgevers zouden hier ruimte voor moeten bieden om een gezonde werk-privé  balans te bewaren.

 


Dit stuk is mede-gebaseerd op de eerder uitgebrachte policy brief over dit onderzoek:

Yerkes, M.A., André, S., Besamusca, J., Remery, C., van der Zwan, R., Kruyen, P., Beckers, D., Geurts, S., & de Beer, P. (2020). Werkende ouders in tijden van Corona. Meer maar ook minder genderongelijkheid. https://www.uu.nl/sites/default/files/Policybrief.pdf


Auteurs

Stéfanie André is universitair docent bij de afdeling bestuurskunde aan de Radboud Universiteit op het thema ‘de (on)bedoelde gevolgen van beleid’. Zij doet onder andere onderzoek naar hoe mannen werk en zorg combineren. Daarnaast is zij medeoprichter van het Radboud WORKLIFE consortium (www.work-life.eu).

Roos van der Zwan werkt als postdoctoraal onderzoeker bij AIAS-HSI aan de UvA. Ze doet hier onderzoek naar de arbeidsdeelname van mensen met een beperking. Haar onderzoeksinteresse ligt op het gebied van diversiteit en inclusievraagstukken. Roos schreef haar proefschrift aan de afdeling sociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen over de politieke vertegenwoordiging van Nederlanders met een migratieachtergrond.

Janna Besamusca werkt als postdoctoraal onderzoeker bij de afdeling sociologie aan de UvA. Ze doet onderzoek naar werkende moeders, werktijden, arbeidsmarktongelijkheid en arbeidsrelaties.

Omslagfoto door Ketut Subiyanto via Pexels.