Coronacrisis, het begin en de zoektocht naar hoe nu verder

Auteur: Dr. Marijn van Klingeren

Als socioloog ben ik gewend om de samenleving van een afstandje te bekijken, om verbanden te leggen. Patronen te herkennen in het handelen van mensen en deze uit te leggen. Te onderzoeken. Soms kan ik patronen theoretisch en analytisch verklaren, hoe onlogisch ze ook op mij overkomen. De manier waarop we onze dag indelen bijvoorbeeld. Dat doen we toch massaal op dezelfde manier. We staan op, staan in de file naar kantoor gaan daar enkele uren aan de slag of wachten totdat we in de middagfile weer naar huis kunnen. Waarom? Omdat iedereen het op die manier doet. Omdat thuiswerken toch echt niet kan/ handig is/ de baas verwacht dat ik er ben en andere vaak zelf- of door anderen opgelegde ideeën en normen waar we aan willen voldoen.

Maar toen was daar corona, en de auto bleef staan, de thuiswerkplek werd ingericht en Zoom geïnstalleerd. Het kon dus toch! Akkoord het is niet altijd even ideaal vooral als je ook kinderen thuis hebt zitten, maar geef toe. Het thuiswerken heeft toch ook zo zijn positieve kanten. Wat mij opviel aan deze nieuwe thuiswerksamenleving is hoe snel het zoveel mensen lukte om ineens hun dagelijkse routines totaal los te laten. En het hoeft geen geleidelijke transitie te zijn, het kan gewoon van de een op de andere dag. Zomaar.

Mijn eigen transitie

Toch ben ik jullie nog wat uitleg verschuldigd over mijn eigen transitie die al ruim voor de crisis werd ingezet. Ik voelde me al een tijdje niet zo lekker bij de manier waarop mijn leven was ingericht. De gedachteloze routines richting school en werk. Elke dag achter de computer in een muf, oud kantoor. ’s Avonds gedachteloos en gewetenloos boodschappen doen bij de supermarkt, kleding bestellen bij online webshops. Terwijl ik het gevoel had dat er grootse dingen stonden te gebeuren. Denk aan natuurrampen, global warming, Artificial Intelligence, OF een pandemie die ons de das om zou doen. Nu heb ik geen magische voorspellende gaven. Veel van het voorgenoemde zijn al onderdeel uit gaan maken van ons bestaan en klimaatwetenschappers waarschuwen ons al decennia voor de opwarming van de aarde. Maar omdat het me niet al te lekker zat besloot ik ongeveer een jaar geleden het roer drastisch om te gooien en een opleiding Permacultuurontwerp te doen.

Mijn beweegredenen

  1. Mijn huidige werkzaamheden leken in de wereld van vandaag futiel, onzinnig en soms zelfs contraproductief.
  2. Ik miste de connectie met mijn leefomgeving, met de natuur. Hoe kon ik zo’n afstand hebben, en voelen, van iets waar ik onderdeel van uitmaakte?
  3. Ik zou graag willen dat mijn kinderen ook nog even van deze aarde kunnen genieten.
    &
  4. Last but not least, ik had tuinieren ontdekt als iets waar ik heel erg van ontspande. Maar wist er te weinig vanaf om het echt goed te doen. Daar moest verandering in komen.

Permacultuur bood uitkomst. Het is een ontwerpprincipe van je directe leefomgeving (ecologisch/biologisch tuinieren met veel eetbare planten), maar ook van je manier van leven. Het is in de jaren ’70 ontwikkeld door Bill Mollison en David Holmgren. Het is gebaseerd op de manier waarop de Aboriginals met respect omgingen en kennis hadden van hun omgeving waarin zorg voor de mens, zorg voor aarde en eerlijk delen de basisprincipes vormen.  Maar voordat ik weggezet word als een nieuwetijdse hippie (links gekkie neem ik voor lief), wat mij met name aanspreekt is dat het een wetenschappelijke insteek heeft. Wat betreft tuinieren heeft het een ecologische insteek, maar daarnaast observeer en experimenteer je en kijk je vervolgens weer naar de gevolgen daarvan. Het zet aan tot denken, tot afwegen, tot observeren en tot doen.

“Permaculture is not the movement of sustainability and it is not the philosophy behind it; it is the problem-solving approach the movement and the philosophy can use to meet their goals and design a world in which human needs are met while enhancing the health of this miraculous planet that supports us” (Toby Hemenway).

De Coronacrisis

In mijn eigen leven ging ik kritischer afwegen wat mijn acties voor gevolgen hadden voor de aarde, en voor andere mensen. En of dat wel zo eerlijk was. Als wetenschapper zocht ik naar informatie over de impact van mijn, maar ook van onze manier van leven. De stikstofcrisis kreeg volop aandacht, met boerenprotesten als gevolg. En ik zocht naar alternatieve vormen van landbouw, bekeek de voor- en nadelen. Ik zocht manieren om (gedeeltelijk) zelf voor mijn voedselproductie kon zorgen. Lokaal, duurzaam met een zo klein mogelijke voetafdruk. En toen was daar de coronacrisis. In mijn hoofd begon ik na te denken over de oorzaak, de gevolgen van de crisis en wat we nu moeten doen na de crisis. Nu de contouren van de twee eerstgenoemde steeds duidelijker worden lijkt het mij nuttig om te reflecteren en vooruit te kijken. Hoe gaat het leven eruitzien na deze pandemie? Ik doe dat vanuit een unieke mix van sociologie en Permacultuur.

De oorzaak van de coronacrisis

Naast vele speculaties over dat het virus uit een laboratorium zou komen, lijkt er grotendeels consensus te zijn over de markt in Wuhan waar het virus voor het eerst opdook. Dat brengt me bij het eerst punt, onze verbondenheid met de natuur. Want al hebben we ons als mensheid behoorlijk goed uit de voedselketen weten te werken, we zijn onlosmakelijk verbonden en maken onderdeel uit van het ecosysteem op deze aarde. Een virus dat overspringt van dier op mens (en vice versa) bevestigt dat. Het is een agressief virus en verspreidt zich snel, maar daar komt nog bij dat we met veel zijn op deze aardbol. Met heel veel zelfs. En veel van hetzelfde is voor ons ecosysteem een probleem. Vanuit ecologisch perspectief zou je ons een monocultuur kunnen noemen. Zie het zo, zet je een veldje vol met aardappelen dan is een hardnekkige schimmel voldoende om je voltallige oogst te verpesten. Vul je de aarde met mensen, dan is een agressief virus voldoende om ook met ons korte metten te maken. Daarnaast zijn we sterk met elkaar verbonden. We onderhouden nauwe contacten met mensen over de hele wereld en reizen erop los. Dat is voor zo’n virus natuurlijk ideaal.

De gevolgen van de coronacrisis

De crisis legt ongelijkheden bloot die er allang waren en zorgt voor nieuwe ongelijkheden. Het virus discrimineert niet, maar mensen doen dat wel en daardoor vallen er meer slachtoffers onder hen die niet de middelen hebben om zich te kunnen beschermen, mensen die geen vaste verblijfplaats hebben, maar ook onder zorgverleners (met een oververtegenwoordiging aan vrouwen). En financieel delven de onderste lagen van de samenleving ook het onderspit. In Amerika gaat de zorg naar mensen die het kunnen betalen. De klappen op de arbeidsmarkt vallen het meest onder hen die geen vast contract hebben, de zzp-ers de mensen die weinig reserves hebben en daardoor direct in de financiële problemen komen. Kinderen uit armlastige gezinnen kunnen maar moeilijk thuisonderwijs volgen want er zijn geen computers om de oefeningen op te doen en vaker zijn ouders in deze gezinnen niet in staat de begeleiding te bieden die nodig is.

Doughnut economy. Bron: Wikipedia

De toekomst: hoe nu verder

170 Wetenschappers van verschillende universiteiten, waaronder die waar ik werkzaam ben ondertekenden een manifest. De bottom-line, het zou een gemiste kans zijn als we na corona net zo door zouden gaan als we daarvoor deden. Mensenrechten worden geschaad, financiële ongelijkheid wordt steeds groter en onze aarde raakt simpelweg op. Er komt een einde aan de (fossiele) hulpbronnen die we nu massaal gebruiken om onze economie te doen groeien. Door gebrek aan biodiversiteit zal voedsel schaars worden, onze lucht vervuilt en onze kwaliteit van leven zal zwaar achteruitgaan.

Gelukkig is er een mooi duurzaam alternatief, het doughnut economy model van Kate Raworth (zie plaatje). Dit model wil Amsterdam in gaan voeren om de economie te herstellen in de stad, na de crisis. Het houdt in dat we binnen de ecologische grenzen blijven (aangegeven in het donkergroen). Dat financiële groei niet het optimale doel is, maar gelijkheid, leefbaarheid, vrede en biodiversiteit even belangrijk zijn. Voor al deze zaken geldt dat je niet over de duurzaamheidsgrens moet gaan. Dus wanneer complete sociale gelijkheid ten koste zou gaan van vrede en juridische veiligheid moet je op dat eerste wellicht wat inleveren. Wanneer je over de grenzen heen gaat zal je op ten duur te maken krijgen met verlies van biodiversiteit, tekorten aan vers drinkwater en toename van luchtvervuiling. Maar ook als je te zuinig bent en enkel voor het milieu zorgt zal je met tekorten kampen. Zoals voedseltekort, een tekort aan huizen en bronnen van inkomsten. Zelf ben ik erg benieuwd naar de concrete uitwerking ervan, maar ik ben overtuigd van het feit dat we ook dit kunnen en snel! Want dat we als maatschappij en als wereld snel kunnen schakelen hebben we nu wel bewezen.

Meer weten over de donut economie? Kijk dan naar deze documentaire.


Marijn van Klingeren is universitair docent sociologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarnaast is zij sinds begin dit jaar zelfstandig duurzaam tuinontwerper en adviseur (schoppenvrouw.eu).

Omslagschets door Marijn van Klingeren

Deze post heeft 2 reacties

  1. Maarten

    Mooi gesteld Marijn. En nu snap ik je beweegredenen ook. Ik wist er wel iets van, maar niet zoveel. Één opmerking wil ik nog wel plaatsen; ik denk dat je eigenlijk niet kan spreken van een agressief virus, maar van een mensheid die zichzelf te kwetsbaar heeft gemaakt. Dat doe je natuurlijk ook wel, maar het virus is in wezen passief denk ik.
    Voor mij is wezenlijk dat we af moeten van het groei-model. Niet meer als maar groter, meer, verder en zo.

  2. Marijn

    Dankje, leuk dat je het gelezen hebt Maarten. Je hebt een punt, las alleen ook dat laboranten die nu met het virus werken om een vaccin te maken zeggen dat het erg agressief reageert. Dus moeilijk onder controle te houden is en eenmaal in het lichaam zich erg snel verspreid. Dus vandaar. Maar ebola is besmettelijker.

Geef een reactie