De vuurdoop – Van online naar offline lesgeven

Auteur: Ina ter Avest

Het heeft even geduurd voordat ik mijn besluit om te stoppen bij het IT-bedrijf waar ik werkte om te zetten in mijn daadwerkelijke ontslag. Ik wilde niet langer alleen maar online contact met mensen hebben, maar ‘in het echt’ ontmoetingen aangaan. Ik koos voor het onderwijs, iets preciezer: het beroepsonderwijs. Ik heb me gekwalificeerd voor het vak Maatschappijleer, of zoals het nu heet Burgerschapsvorming.

En toen kwam de lockdown! Ik moest mijn verlangen naar ‘echte’ ontmoetingen even in de wacht zetten.

Eindelijk fysiek onderwijs

Maar vandaag is het dan eindelijk zover: ik mag op deze vrijdagmiddag het zesde uur zelfstandig mijn eerste fysieke les geven! Een gevoel van euforie kan ik niet onderdrukken als ik op de fiets stap, op weg naar ‘mijn roeping’, met in mijn ‘rugzak’ een goed voorbereide les. Ik zal voor het eerst in levenden lijve een groep meiden zien van de opleiding ‘Verzorgende Individuele Gezondheidszorg, oftewel VIG/BOL’. Nadat studenten deze opleiding afgerond hebben, komen ze terecht in bijvoorbeeld de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), de Gehandicaptenzorg (GHZ), de Verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT) of in de Kraamzorg (KZ).

De locatie-directeur had me er al wel op voorbereid dat het ‘een moeilijke klas’ is. Rekening houdend met hun toekomstige werkplekken, en uitgaand van de interculturele en interreligieuze samenstelling van de mensen waarmee ze daar in aanraking komen, heb ik besloten deze eerste les te wijden aan ‘diversiteit’. Ik heb een mooie PowerPoint gemaakt en    een passend filmpje op YouTube gevonden. Alles gericht op een levendige interactie, wat tegelijkertijd een leuke vorm is om de voortgang van hun leerproces bij te houden. Kortom: wat mij betreft ben ik goed voorbereid.

De vuurdoop

Vol vertrouwen stap ik het lokaal binnen. Daar zie ik veertien meiden, jas aan, tas op tafel, de meesten met de rug naar me toe, druk met elkaar in gesprek. Dat ik binnenkom, schijnt hen niet te deren. Ik loop rustig naar de tafel voor in de klas, pak mijn laptop, en sluit die aan op de beamer. Het lijkt alsof ze zich niet van mijn aanwezigheid bewust (willen?) zijn, maar ik verwacht dat ze - zo gauw ze de eerste slide zullen zien – zich wel omdraaien en zich op mij zullen richten. Of liever: dat ze naar mij zullen luisteren uit pure nieuwsgierigheid.

De eerste slide verschijnt. Er gebeurt niets, althans niet in de klas, wel met mij. Ik schraap mijn keel, en probeer boven het geroezemoes van de meiden uit te komen. Het werkt niet echt, of liever: het werkt niet. Ik probeer het nog een keer, op iets luidere toon. Geen resultaat. Ik tik op de tafel om aandacht te krijgen. Nog geen reactie. Ik verhef mijn stem. Dat heeft tot gevolg dat een van de meiden zich langzaam omdraait, zich tot mij richt en zegt: ‘Wij zijn in gesprek, mevrouw, ziet u dat niet?!’. Ik ben verbijsterd.

Oeps

Met een schok ben ik terug in groep 8, mijn basisschool. Onze meester is ziek en er zou die ochtend een vervangster komen. We mochten alvast naar ons lokaal gaan, en we waren alvast begonnen met – zoals onze meester dat noemde, en altijd deed aan het begin van de dag – ‘het leven door te nemen’. Toen kwam de nieuweling binnen. Ze begon haar klassenregels uit te leggen en we moesten meteen ons rekenschrift pakken. We waren verbijsterd. We waren gewend dat wat ons bezig hield met elkaar en de meester te delen! Wou ze dan helemaal niet weten wie wij waren? Het gevoel niet gekend te worden …

In gesprek

Het gevoel niet gekend te worden … In ‘a split-second’ ben ik terug bij de vraag van een van de meiden: “Wij zijn in gesprek, mevrouw, ziet u dat niet?!” Ik weet opeens wat me te doen staat, en ik vraag haar: “Kunnen we dat gesprek samen verder voeren? Ik weet niet eens hoe je heet”, en me tot de hele groep wendend ga ik verder “Dat weet ik van niemand van jullie. Ik weet eigenlijk helemaal niet wie ik voor me heb, en jullie weten niet wie ik ben. Zullen we daar eerst maar eens mee beginnen?” Ik merk dat de aandacht er is, en duikel spontaan uit mijn ‘archief’ een werkvorm op, waarvan ik verwacht dat die het goed zal doen als eerste kennismaking met deze groep meiden. Het werkt!

Een moeilijke klas, deze meiden? Geen gemakkelijke manier waarop de eerste kennismaking tot stand kwam, nee, dat niet. Maar moeilijk is een ander verhaal.

Aan het einde van de les, na deze ‘vuurdoop’, spring ik zingend op de fiets, met in mijn ‘rugzak’ het vertrouwen van deze meiden. Ik mag met ze in gesprek en hen begeleiden, vanuit hun leefwereld, op weg naar de wereld van de zorg. Ook als we met ons onderwijs weer online moeten – wat ik natuurlijk niet hoop - het zit goed tussen ‘mijn meiden’ en mij.


 

Omslagfoto door StockSnap via Pixabay