Een greep naar de macht

Auteur: Ina ter Avest

Tijd voor coaching

Het is 20 mei 2020. Moedeloos klik ik op ‘end meeting for all’ na het zoveelste ZOOM-gesprek met één van mijn cliënten. Machteloos is eigenlijk een beter woord voor mijn gemoedstoestand op dat moment. Ik vraag me af hoe ik deze man zover krijg dat hij niet voortdurend (ongeïntereseerd?) naar buiten kijkt – letterlijk en figuurlijk; ik zie soms alleen maar de zijkant van zijn hoofd op het scherm – en dat hij de blik naar binnen waagt en gaat nadenken. Denken, die innerlijke dialoog (Arendt 2013) is moeilijk, maar noodzakelijk, om een weg te creëren uit de lastige situatie waarin deze veertiger zich bevindt, en die voor hem aanleiding was contact met mij te zoeken.

De eerste ontmoeting met deze cliënt, laten we hem met de letter D. aanduiden (van ‘druk, druk’), was voor de corona-crisis. Gelukkig, zeg ik nu. Gelukkig omdat ik die eerste keer met al mijn zintuigen kennis heb kunnen maken met deze man: een leidinggevende in een klein familiebedrijfje. Aan alles was te merken dat hij een drukbezette man is: slechts een half uur kan er af voor de kennismaking. Bij de planning van de volgende coachingsgesprekken blijkt dat hij daarvoor amper een uur per keer kan vrij maken.

Voor de specifieke manier van coaching die ik inzet, de Zelf Konfrontatie Methode/Zelf Kennis Methode (ZKM) (Hermans & Hermans-Jansen 1995) reserveer ik eigenlijk altijd 2 á 3 uur voor de eerste twee gesprekken. In een eerste bijeenkomst vertelt de cliënt zijn professionele levensverhaal. Dat leggen we vast in kernzinnen, die de cliënt vervolgens – als huiswerk - met gevoelens verbindt. In een tweede bijeenkomst bespreken we de gevoelspatronen zoals die uit dat huiswerk naar voren komen, en ook dat heeft tijd nodig. Daarna kunnen korter durende gesprekken volgen, waarin we de voortgang van het ontwikkelproces van de cliënt onder de loep nemen.

Onbehagen in relatie tot perfectionisme

De volle agenda van D. en de corona-crisis gooien roet in het eten van mijn zorgvuldig bedachte planning. Onze contacten verlopen na de eerste keer verder per ZOOM, en elk gesprek kan vanwege de volle agenda van D. niet langer dan 45 minuten duren. Het heeft daardoor al een aantal kortdurende ZOOMbijeenkomsten gekost om het professionele levensverhaal boven tafel te krijgen.

Op 20 mei 2020 klikte ik dus ‘End meeting for all’ , na de bespreking, waarin gevoelspatronen centraal zouden staan. Zoúden staan, want het verliep dus allemaal anders.

Al aan het begin van deze ZOOMbijeenkomst heb ik het gevoel dat D. er wel is, maar hij is er duidelijk niet bij. Z’n blik dwaalt af, en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij regelmatig op z’n mobiele telefoon zit te kijken of zelfs zit te app-en.

Ik realiseer me dat ik al regelmatig een stemmetje in mijn hoofd hoorde dat zei: “De gesprekken met D. verlopen niet zoals ik het graag wil. Het lukt me niet rust in de gesprekken te brengen. Rust die voorwaardelijk is om een levensverhaal – professioneel of persoonlijk – op papier te krijgen.” Een onbestemd gevoel van onbehagen bekruipt me. Twijfel – van mijn perfectionistische ‘ik’ of ik het ambacht van deze specifieke methode, de ZKM, wel voldoende beheers. Angst - dat D.  in het ZOOM-gesprek voortijdig ‘leave meeting’ aanklikt als gevolg van een gevoel van ‘met deze coach kom ik ook niet verder’. Moedeloosheid – wat dat betekent voor mijn net opgestarte coachingspraktijk.

D. en mijn ‘ik’-ken

Ik zie op het scherm dat D. achterover leunt in zijn stoel. Ik hoor dat hij met zijn vingers op de tafel trommelt. Ik ervaar dat als een houding van: ‘kom maar op met je analyse en duiding; zeg me maar wat ik moet doen om uit de problemen te komen’. D. zet met die houding mìj aan het werk, terwijl de ZKM als coachingsmethode er op gericht is de persoon zèlf aan het werk te krijgen. Zèlf patronen te analyseren en op zoek te gaan naar de betekenis ervan. Zèlf ontdekken wat de kern van het probleem is, en op welke wijze verandering kan vorm krijgen.

Ik doe mijn best D. op het door mij gewenste spoor te krijgen. Ik herhaal de werkwijze van de ZKM.  Ik wijs hem erop dat we die zijn overeengekomen tijdens ons eerste kennismakingsgesprek. Ik … Ik … Ik … Mijn perfectionistische ‘ik’ is hard aan het werk. “Dit coachingstraject mòet slagen!” Het mag niet baten. Midden in een zin zegt D. dat er een dringend telefoongesprek binnen komt. Voordat ik iets kan zeggen, verlaat hij de ZOOMruimte. Waarna ik moedeloos dan maar ‘end meeting for all’ aanklik.

Dat was op 20 mei 2020. Een week later heb ik mijn moedeloosheid en mijn machteloosheid ingebracht in een intervisiegesprek (ook via ZOOM) met collega-coaches. Ik breng het één en ander in als casus en neem de tijd mijn indruk van cliënt D. weer te geven. De aandacht verschuift echter al gauw van de externe en interne dialoog van cliënt D. naar mijn eigen positie in het geheel. Eén van mijn collega’s vraagt op een gegeven moment: “Hoe zit het met de dialoog in het gesprek met cliënt D.?

Dialoog – een (machts)spel

“Wie voerde eigenlijk wat voor dialoog?” Ik val stil. Ik ga in gedachten terug naar het ZOOMgesprek met D.  Als donderslag bij heldere hemel zie ik opeens dat ik vooral druk was met wat er in mij zelf omging, de twijfel aan mijn eigen expertise, de gevolgen van een eventueel beëindigen van de coachingsrelatie door D. Uit zicht verdween zowel de externe dialoog met D., als het faciliteren van diens interne dialoog. Een nieuwe jongere collega in deze intervisiegroep merkt op: “Het lijkt erop dat jouw interne twijfelende ‘ik’ de macht greep, waardoor het in jouw denken niet tot een interne dialoog kon komen. Bovendien ontstond daardoor voor cliënt D. de ruimte om de macht in het gesprek naar zich toe trekken en de regie over te nemen.” In de intervisiegroep bekijken we vervolgens mijn casus vanuit verschillende machtsspelen: het spel om de inhoud (in dit geval de specifieke werkwijze van de ZKM), het spel om de regie (wie is ‘aan zet’), het spel om de relatie (de mate van vertrouwen in de expertise), en het spel om de grenzen (wat kan en wat kan niet aan de orde komen) (Hetebrij 2019; de Ruyter, ter Avest & Hetebrij 2020; Hetebrij, De Ruyter, ter Avest 2020).

Op uitnodiging van mij zie ik begin juni D. weer in een ZOOMgesprek. Ik leg hem -  met de machts-wijsheid van nu – de vraag voor hoe het zit met regie en verantwoordelijkheden in zijn werk. Hij begint meteen breeduit te lachen, en zegt: “Die leg ik altijd bij een ander, dan hoef ik zelf niks mee.” Met mijn open vraag “Hoe voelt dat?”, gebeurt wat vanaf het begin de bedoeling is geweest. We onderzoeken zijn gevoelspatronen bij de kernzinnen van zijn professionele biografie.

Had ik eerder de bril van het machtsspel op gehad, hadden we sneller (!) het doel van dit coachingstraject kunnen bereiken. Goed voor de drukbezette D., goed voor mijn perfectionistische ‘ik’!

 

Referenties

Arendt, H. (2012). Denken. Het leven van de geest [Thinking. The Life of the Mind]. Zoetermeer: Klement.

De Ruyter, R., I. ter Avest, M. Hetebrij (2020). Macht aan tafel. Deel I van een tweeluik over macht in coachingsrelaties. In behandeling.

Hermans, H. J. M., & Hermans-Jansen, E. (1995). Self-Narratives. The Construction of Meaning in Psychotherapy. New York: Guilford.

Hetebrij, M. (2016). Vreedzaam vechten en waardig strijden. Waardenwerk. pp. 145-161.

Hetebrij, M. (2018). De positieve kracht van macht. Tijdschrift voor Begeleidingskunde, 7 (3), 42-48.

Hetebrij, M. (2019). Macht en/in de ZKM. Voordracht op Jaardag van de ZKM Vereniging.

Hetebrij, M. R. de Ruyter, I. ter Avest (2020). Macht aan tafel. Deel II van een tweeluik over macht in coachingsrelateis. In behandeling.

 


 

Omslagfoto door Ina ter Avest