Leraar(m) gezocht

Auteur: Saskia Glas

Er voltrekt zich “een nationale ramp” op onze basisscholen.[1] Leraren blijken niet aan te slepen. De teller van het lerarentekort staat inmiddels op 1,700 banen. En er lijkt weinig reden voor optimisme voor de toekomst. Lerarenstaking na lerarenstaking resulteerde niet in een structurele oplossing in de miljoenennota. Gezien de smeekbedes voor een lagere werkdruk is het wachten op een explosie van burn-outs in een toch al onderbevolkte sector. De voorspellingen laten dan ook geen rooskleurig beeld zien. Het lerarentekort zal alleen maar groeien, tot zo’n 5,000 banen in 2024.[2] De “twee keer extra geld”-oplossing is dan ook afgedaan als onvoldoende. Daarmee kan je immers moeilijk langer dan twee jaar nieuwe leerkrachten aanstellen. De oplossing moet langduriger: salarissen omhoog, werkdruk omlaag. Maar dit ziet één oorzaak van het lerarentekort over het hoofd. En die maakt het tekort nog nijpender dan we denken, maar kan ook oplossingen bieden.

Erger dan we denken

Het lerarentekort is groter dan we denken omdat er te weinig rekening wordt gehouden met de man-vrouw verdeling op basisscholen. Onze kinderen krijgen vooral les van vrouwen.[3] Zo’n 85 procent van de leraren is een vrouw. En zij werken meestal niet 40 uur per week. Acht op de tien vrouwelijke leraren werkt in deeltijd. Omdat er wordt gerekend met voltijdbanen, betekent dit dat we nu niet 1,700 maar eerder 2,300 leraren missen.

Het tij lijkt bovendien niet te keren. Zowel het aandeel vrouwen in het onderwijs als hun deeltijdwerk is de laatste jaren toegenomen. Als dat doorzet, missen we over vijf jaar niet 5,000 maar 7,000 leraren. Rekening houdend met de sekseverhouding op basisscholen, hebben we dus niet alleen te maken met een groter maar ook met een veel sterker oplopend lerarentekort dan voorspeld.

Averechtse oplossingen

Om nog meer roet in het eten te gooien: de sekse-blinde oplossingen die nu aangedragen worden, zouden ons tekort wel eens eerder kunnen vergroten dan verkleinen. Onze basisschoolleraren mogen we best belonen met een hoger salaris, maar het tekort los je er waarschijnlijk niet mee op. Zoals econoom Heleen Mees begin november vertelde in Buitenhof zorgt een hoger salaris ervoor dat je eerder aan de inkomensgrens zit zodat je belastingen omhoogschieten.[4] Geef je binnen ons tweetaks-stelsel leraren het salaris dat zij verdienen, dan is het handig voor leraren om minder uren te gaan werken zodat ze in de voordelige schijf blijven vallen. Een salarisverhoging kan dus averechts werken.

Deze economische tegenvaller wordt versterkt door sociologische man-vrouw verschillen op de arbeidsmarkt, waarbij Nederland een bijzondere positie inneemt.[5] Met driekwart van de werkende vrouwen in parttimebanen, is Nederland koploper deeltijdwerk in de EU. We laten andere landen zelfs ver achter ons: slechts de helft van de vrouwen werkt parttime in het land op de tweede plek, Oostenrijk. Dit weerspiegelt onze ideeën over vrouwen die werken. Gemiddelde Nederlanders zien vrouwen liever parttime dan fulltime werken, vooral als ze jonge kinderen hebben, en vinden kinderopvang voor baby’s maar niks. Ons beleid is daar ook naar. We hebben een knetterdure kinderopvang en vrijwel geen vaderschapsverlof.[6] Nederland is een moedersland. Geen wonder dus dat Nederland bij uitstek te kampen heeft met een gigantisch lerarentekort, een minuscuul aandeel mannen in het “verzorgende” beroep en een enorm aantal parttime werkende leraressen.[7] Maar wat kunnen we hieraan doen?

Nieuwe wegen

Een lagere werkdruk en een hoger salaris voor leraren zijn zonder meer nastrevenswaardig, maar om het lerarentekort in te dammen is er waarschijnlijk meer nodig. Het moederschapsideaal matigen vormt wellicht de meest structurele oplossing, maar dat is een ingewikkeld proces van de lange adem. Daar hebben de klassen die nu naar huis worden gestuurd weinig aan. Maar er is ook beleid dat nu al voor verlichting kan zorgen. Economisch gezien doet de tweetaks waarschijnlijk meer om het tekort in stand te houden dan het te verlichten. Nivellering maakt het financieel voordeliger voor vrouwelijke leraren om meer uren te maken. Ook goedkopere kinderopvang kan helpen om vrouwen langer voor de klas te houden.

Maar de grootste groep onbenutte leraren bestaat uit mannen. De snelste manier om ons lerarentekort aan te pakken, is om mannen warm te maken voor het beroep.[8] Daarbij zou een salarisverhoging wellicht kunnen helpen, hoewel niet alle onderzoeken laten zien dat je vooral mannen trekt met een hoog salaris. Ook kan de zij-instroom nog aantrekkelijker worden gemaakt voor sectoren waar veel mannen werken, zoals banken of de IT-sector. Bovendien moet de gigantische uitval van mannen op de PABO tegengegaan worden. Dat kan bijvoorbeeld door studenten later te laten kiezen voor lesgeven op de middelbare of de basisschool. Je zou studenten ook de mogelijkheid kunnen bieden om zich sneller te focussen op de gebieden die zij interessant vinden, zoals technische vakken in plaats van handvaardigheid. Tot slot is het cruciaal om het imago van de leerkracht te veranderen. We moeten gehoor geven aan basisschooldirecteur Koops’ frustratie in Nieuwsuur: stoppen met eindeloos spreken over docentschap als een “roeping” van “het vormen van de jonge generatie”.[9] Leraar zijn is een prachtige maar ruige baan waarvoor we mannen keihard nodig hebben.


Bronverwijzingen

[1] NOS 14 oktober 2019, https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2306141-directeuren-over-catastrofaal-lerarentekort-gewoon-geen-mensen-meer.html, geraadpleegd op 19 november 2019.

[2] Onderwijsatlas 2019, https://www.arbeidsmarktplatformpo.nl/fileadmin/bestanden/afbeeldingen/ nieuws_agenda/2019/APPO_Onderwijsatlas_2019.pdf

[3] Onderwijsatlas 2019, https://www.arbeidsmarktplatformpo.nl/fileadmin/bestanden/afbeeldingen/ nieuws_agenda/2019/APPO_Onderwijsatlas_2019.pdf; Dujardin, 9 oktober 2017, https://www.trouw.nl/ nieuws/aantal-vrouwen-voor-de-klas-blijft-stijgen~b0b61a3f/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google .com%2F; AOB, 7 oktober 2019, https://www.aob.nl/nieuws/lerarentekort-stelselmatig-onderschat/, geraadpleegd op 19 november 2019.

[4] Heleen Mees in Buitenhof 10 november 2019, https://www.npostart.nl/het-lerarentekort-een-mogelijke-oplossing/10-11-2019/POMS_AT_15716538.

[5] SCP Emancipatiemonitor, https://digital.scp.nl/emancipatiemonitor2018/hoe-doet-nederland-het-ten-       opzichte-van-andere-eu-landen/, geraadpleegd op 20 november 2019.

Fortin, N. M. (2005). Gender role attitudes and the labour-market outcomes of women across OECD countries. Oxford Review of Economic Policy21(3), 416-438.

Kraaykamp, G. (2012). Employment status and family attitudes: A trend analysis for the Netherlands. International Sociology, 27(3), 308-329.

Treas, J., & Widmer, E. D. (2000). Married women’s employment over the life course: Attitudes in cross-national perspective. Social Forces78(4), 1409-1436.

[6]https://www.metronieuws.nl/nieuws/buitenland/2017/10/hoe-regelen-europese-landen-hun-vaderhapsverlof, https://www.kinderopvangtotaal.nl/nederlandse-kinderopvang-vrij-duur-vergeleken-met-buitenland/, geraadpleegd op 20 november 2019.

[7] https://www.telegraaf.nl/nieuws/2641905/zo-erg-als-in-nederland-is-het-hier-nog-net-niet en https://nos.nl/artikel/2294343-in-deze-landen-is-een-lerarenoverschot-kan-nederland-daar-iets-van-leren.html, geraadpleegd op 20 november 2019.

[8] Daymont, T. N., & Andrisani, P. J. (1984). Job preferences, college major, and the gender gap in earnings. Journal of Human Resources, 408-428.

Gesthuizen, M., & Verbakel, E. (2011). Job preferences in Europe: Tests for scale invariance and examining cross-national variation using EVS. European Societies13(5), 663-686.

Kamerbrief, https://app.1848.nl/document/kamerbrief/24936, geraadpleegd op 26 november 2019.

[9] https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2306141-directeuren-over-catastrofaal-lerarentekort-gewoon-geen-mensen-meer.html