Te verwend, te kansloos, of te afgeleid? Waarom jongeren in Nederland niet protesteren.
  • Bericht auteur:
  • Bericht gepubliceerd op:21 juli 2014
  • Berichtcategorie:Politiek
  • Leestijd:4 minuten gelezen

Auteur: Dr. Judith Möller

“Waarom gaan Nederlandse jongeren niet massaal de straat op?”, vraagt een groep studenten politieke wetenschappen me tijdens een interview voor hun werkstuk. Ik kijk ze aan. Ze hebben me al verteld dat geen van hen zelf ooit gedemonstreerd heeft of handtekeningen heeft verzameld. Ze zouden zich ook niet zo snel aan een boom vastketenen. Terwijl hun ouders nog grachtenpanden kraakten en op straat met de politie vochten, accepteren deze jongeren klakkeloos dat de studiefinanciering afgeschaft wordt, elke zesde jongere werkeloos is, en degenen die werk heeft om de twee jaar weer voor 6 maanden op straat gezet wordt. Als ze niet aan het verhuizen zijn omdat hun tijdelijk huurcontract afgelopen is. Genoeg redenen om in opstand te komen. En toch, terwijl in New York en Madrid jongeren de laatste jaren protesteren in tentenkampen en grote opstanden organiseren blijft het hier rustig. Waarom is dat zo?

Ook ik ken de antwoord niet. Vier jaar onderzoek en een proefschrift over de politieke socialisatie van jongeren in Nederland hebben mij vooral inzichten opgeleverd over wat er in ieder geval niet toe doet. En dat is zeker zo interessant.

Te verwend?

Ondanks economische crisis en bezuinigen gaat het op zich best wel goed met de Nederlandse jeugd. Vergeleken met de situatie in Zuid-Europese landen hebben jongeren in Nederland meer werk, meer kans op een goede opleiding, en meer geld. Dus, weinig reden voor protest? Onderzoeksresultaten wijzen echter de andere kant op. Vergelijk je alle Europese landen met elkaar dan zijn het de jongeren in de welvarendste en meest democratische landen die de grootste politieke betrokkenheid tonen en eerder bereid zijn ook actief te worden. De reden hiervoor: betere kennis over hoe politiek werkt en het gevoel iets te kunnen bereiken door je hiervoor in te zetten. Dat het in Nederland zo goed gaat kan dus niet de reden zijn voor het uitblijven van protesten en demonstraties.

Te kansloos?

Binnen sociale wetenschappen is een populaire verklaring voor het gebrek aan politieke betrokkenheid onder jongeren, dat zij denken niet gehoord te worden door de politieke elite. Er is een aantoonbaar verband tussen politieke betrokkenheid en politieke efficacy (het gevoel dat men invloed heeft op de politieke besluitvorming). Als degenen politici de stem van jongeren niet serieus nemen – waarom zouden jongeren dan de moeite nemen om zich te laten horen? Maar ook dat kan in Nederland geen verklaring zijn voor de algehele politieke passiviteit onder jongeren. Hier zijn overheid en politiek zelfs op zoek naar de stem van de jongeren. Denk aan BNN en hun poging een politieke partij voor jongeren op te richten, of aan de miljoenen die in campagnes geïnvesteerd worden om jonge kiezers naar de stembus te krijgen. Politieke partijen proberen wanhopig jongeren te vinden om de vergrijste eerste rang af te lossen – zonder veel succes.

Te afgeleid?

En dan zijn nog al die andere kansen om actief te worden. Online petities tekenen, de vrede tot je facebookvriend verklaren en je negatief uiten over ongeliefde machthebbers. Het kost weinig moeite om vandaag de dag via nieuwe media een politieke activist te zijn. Deze vorm van participatie, ook wel slacktivism genoemd, krijgen veel kritiek, omdat jongeren hiermee genoegen zouden nemen (“ik heb toch al een email over de regenwoud doorgestuurd, dat was genoeg participatie voor 2014”). Maar uit mijn onderzoek blijkt dat als jongeren twee jaar lang af en toe slacktief zijn, zij uiteindelijk ook meer offline participeren in politieke protesten.

Dus wat was mijn antwoord op de vraag van de groep studenten: “Op dit moment zijn jongeren in Nederland misschien niet zo actief. In ieder geval niet zo groot of duidelijk als in andere landen. Maar ik durf te voorspellen dat het hierbij niet zal blijven. Nederlandse jongeren hebben de middelen, de kennis, en de motivatie om de wereld in hun voordeel te veranderen. Het zal wel anders gaan dan vroeger, kortstondiger, globaler, sneller, creatiever. Maar dit is nog niet het einde van het verhaal. En wie weet, misschien begint het wel met jullie.”

Judith Möller is postdoctoraal onderzoeker bij de afdeling communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich met name op politieke socialisatie van jongeren en de rol van media hierbij. Zij promoveerde afgelopen december op haar proefschrift getiteld: Growing into citizenship: The differential role of the media in the political socialization of adolescents. De informatie voor dit stuk is hierop gebaseerd.