Waarom de voedselindustrie haar tanden moet zetten in de obesitaspandemie

Auteur: Tjidde Tempels*

Sinds de coronacrisis staan gezondheid en preventie prominent op de politieke agenda. Maar zelfs als we straks allemaal gevaccineerd zijn, is de strijd om de volksgezondheid nog lang niet gestreden. Verschillende experts waarschuwen dat we gezonder moeten gaan leven om een volgende pandemie te kunnen doorstaan. Het probleem is alleen dat veel overheden in het tegengaan van de obesitaspandemie haar pijlen vooral richten op de burger. Die focus is te beperkt. Als we de volgende grote gezondheidscrisis het hoofd willen bieden, moet ook de voedingsindustrie haar verantwoordelijkheid voor onze gezondheid serieus gaan nemen.

Ziekte en schuld

Na een jaar worstelen met corona weten we dat mensen die in slechte gezondheid verkeren het zwaarst getroffen worden door de ziekte. Dit zijn niet alleen ouderen, of personen met longproblemen, maar juist ook mensen die te maken hebben met ‘welvaartsziektes’ zoals overgewicht, hartfalen en diabetes type-II. En die groep is groot: in zowel Nederland als België kampt bijna de helft van de bevolking met overgewicht en tussen de vijftien en twintig procent heeft obesitas. Tel daarbij op dat velen van ons tijdens de pandemie minder zijn gaan bewegen en er de nodige corona-kilo’s bij hebben gekregen: de noodzaak om de obesitasepidemie aan te pakken is dus helder.

Maar bij wie ligt de verantwoordelijkheid? In eerste instantie wordt er vooral naar de burger zelf gekeken. Immers, zoals een Nederlandse dieetgoeroe al schreef: ‘ieder pondje gaat door het mondje’. Dus ben je te dik? Dan had je maar meer moeten sporten en minder moeten eten, is veelal de tendens. Kortom: ongezonde keuzes worden grotendeels als je eigen verantwoordelijkheid gezien (Epstein, 2004).

Wanneer je met een filosofische bril naar dit probleem kijkt, kan ik niet anders concluderen dan dat die focus te eenzijdig is. Want hoe makkelijk is het om gezonde keuzes te maken als je bijvoorbeeld het voedingslabel niet begrijpt, sluwe marketing je verleidt te veel te eten, of wanneer je in een omgeving woont waar in de dichtstbijzijnde supermarkt vooral goedkope ongezonde producten liggen?

Als we dit weten dan lijkt het onterecht om de verantwoordelijkheid voor gezondheid alleen bij de consument neer kunnen leggen. Is dit niet ook een zaak voor de politiek?

Overheid en preventie

Dat overgewicht een enorm probleem is voor de volksgezondheid lijken nationale overheden zich inmiddels ook te realiseren. In verschillende landen grijpt de overheid in: in het Verenigd Koninkrijk en Mexico werd bijvoorbeeld een frisdrankbelasting ingevoerd, België omarmde het voedsellabel Nutriscore en ook in Nederland werd actie ondernomen (Triggle, 2018).

In Nederland sloot de regering Rutte-III eind 2018 het Nationale Preventieakkoord. In overleg met scholen, sportclubs, zorginstellingen en bedrijven is een groot plan opgesteld om daarmee de Nederlandse bevolking te bewegen naar een gezondere leefstijl. Zo moeten sportkantines, ziekenhuizen en scholen gezondere voeding gaan aanbieden en krijgen gezinnen met overgewichtsproblemen meer zorg en ondersteuning. Op die manier moet in 2040 het percentage volwassenen met overgewicht in Nederland teruggebracht zijn naar 38 procent.

Alleen is het dus de vraag of deze maatregelen voldoende zijn. Kritische wetenschappers zoals de Amerikaanse voedingsonderzoeker Marion Nestle en de Nederlandse sociaal geograaf Sanne Djojosoeparto merken op dat dergelijk beleid voorbij gaat aan de rol die de voedingsindustrie speelt bij het creëren en het in stand houden van de obesitasepidemie (Nestle, 2013, 2018; Djojosoeparto, 2020). Immers, wanneer er geen ongezonde producten worden aangeboden, dan wordt ongezond eten ook een stuk moeilijker.

Nu kun je zeggen: het is tijd voor de overheid om in te grijpen en de markt aan banden te leggen. Maar, als we de obesitasepidemie echt willen tegengaan, dan moeten we de volksgezondheid gaan zien als een gedeelde verantwoordelijkheid. Dat betekent niet alleen kijken naar de consument en de overheid, maar ook naar de voedingsindustrie. Als ethicus vraag ik me af: “Zouden we vanuit moreel oogpunt niet meer mogen verwachten van de voedselgiganten zelf?”

Een immorele industrie?

Veel grote voedselbedrijven zeggen zich wel degelijk druk te maken om de gezondheid van de consument. In Nederland schaarden de grote spelers in de industrie zich achter het eerdergenoemde preventieakkoord. Van producenten tot supermarkten, ze beloofden allemaal zich in te zetten voor de ontwikkeling en promotie van gezondere producten. Jammer genoeg blijkt in de praktijk vooralsnog het tegenovergestelde. Zo liet het Nederlandse onderzoeksbureau Questionmark in het najaar van 2020 zien dat supermarkten nog steeds vooral ongezonde producten in de aanbieding doen (Smit, 2020; Stichting Questionmark, 2020).

Je zou dus kunnen concluderen: dit is nu eenmaal hoe de markt werkt. De voedingsindustrie wordt uiteindelijk gedreven door winst, en zo’n maatschappelijk akkoord doorbreekt die economische logica niet. Maar het idee dat in de markt alles geoorloofd zou zijn is een misconceptie.

Veel filosofen, zelfs de overtuigd voorvechters van de vrije markt, stellen dat bedrijven – zowel binnen als buiten de markt – niet zomaar alle morele principes terzijde mogen schuiven voor hun eigen economisch gewin (Carsons, 2009; Hasnas, 2009). En dat geldt ook voor de Coca-Cola’s, Nestlé’s en Unilevers van deze wereld.

In mijn promotieonderzoek laat ik dan ook zien dat er eigenlijk drie morele redenen zijn voor de voedingsindustrie om haar gedrag aan te passen, namelijk 1) niet-schaden, 2) respect voor autonomie en 3) rechtvaardigheid (Tempels, 2019).

Schadelijk of niet?

Laten we beginnen met het eerste principe. Het principe van niet-schaden is een van de meest fundamentele morele principes (Gert, 2004). Een persoon, een organisatie of een bedrijf mag niet zomaar (lichamelijke) schade toebrengen aan een ander persoon.

Voor bedrijven in de voedingsindustrie betekent dit dat zij rekening moeten houden met de mate waarin hun producten schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van de burger. Afgezien van mogelijk de Octuple Bypassburger (van de hamburgertent The Heart Attack Grill), is het natuurlijk zo dat de meeste voedselproducten niet direct schadelijk zijn – het drinken van één glas cola leidt tenslotte niet direct tot obesitas – maar het grote aanbod van producten met (te) veel suiker, zout en vet draagt wel degelijk bij aan de ontwikkeling van een obesogene samenleving (een samenleving waarin obesitas een groot probleem vormt). Daarmee doet de voedselindustrie dus indirect schade aan de volksgezondheid.

Zelf keuzes maken

Daarnaast heeft de industrie de morele plicht om de autonomie van de consument te respecteren (Brenkert, 2008; Brockway, 1993; Crossley, 1999). Ironisch genoeg wordt nu juist dit argument regelmatig door bedrijven zelf aangehaald. Bedrijven stellen vaak dat de huidige markt voorziet in een keuzevrijheid voor de autonome consument, en niemand wordt expliciet gedwongen tot een ongezonde keuze.

In de praktijk blijkt die keuzevrijheid van de consument echter wel degelijk onder druk te staan. In recent onderzoek is aangetoond dat het voor mensen moeilijk is om een goed geïnformeerde en weloverwogen keuze te maken. Door gebrekkige informatievoorziening (denk aan cryptische voedingslabels), misleidende marketing en producten die zo zijn samengesteld dat je ervan wilt blijven eten, is het maar zeer de vraag of je werkelijk een goed geïnformeerde en bewuste keuze maakt voor dat ongezonde product (Barnhill, 2016; Currie et al., 2009; Elliott, 2015; Shelley et al., 2014).

Rechtvaardigheid

Tot slot hebben bedrijven de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een rechtvaardige samenleving (Hsieh, 2017). We zien dat in de samenleving de sociaaleconomische gezondheidsverschillen tussen groepen groeien. Grof gezegd betekent dit dat wanneer je lager opgeleid bent en een lager inkomen hebt, de kans groter is dat je ongezonder leeft en mede daardoor een lagere levensverwachting krijgt, dan wanneer je hoger opgeleid bent en een hoger inkomen hebt. Volgens filosofen Beatrijs Haverkamp en Marcel Verweij kunnen dit soort verschillen als onrechtvaardig worden gezien (Haverkamp et al. 2018; Haverkamp, 2020)

Voeding speelt in de vergroting van deze kloof een belangrijke rol. Juist voor de sociaaleconomisch kwetsbare groepen is het lastiger om gezondere keuzes te maken. Goedkope ongezonde producten zijn makkelijker te verkrijgen, en stress en onzekerheid maken dat het voor kwetsbare groepen moeilijker is om een weloverwogen beslissing te nemen (Stronks et al., 1996; Haverkamp et al., 2018).

Via hun ongezonde producten en soms misleidende marketing dragen voedselbedrijven bij aan een samenleving die de scheefgroei in gezondheid vergroot, en ze profiteren daar financieel ook nog eens van. Deze combinatie van bijdragen aan een onrechtvaardige sociale structuur én het hier zelf beter van worden, geeft deze bedrijven de verantwoordelijkheid om mee te zoeken naar oplossingen die een meer rechtvaardige en gezonde samenleving mogelijk maken (Tempels et al., 2020).

Alleen samen kunnen we obesitas te lijf

Kortom: juist wanneer we vanuit de ethiek naar de voedingsindustrie kijken, blijkt dat we veel meer mogen verwachten van deze bedrijven. Dit betekent in de praktijk dat de industrie niet alleen de consument goed moet informeren en moet stoppen met misleidende marketing, maar ook moet inzetten op gezonde innovaties en marketing die juist die gezonde keuze mogelijk maakt.

Een mooi voorbeeld is de Nederlandse supermarktketen Dirk die afgelopen februari pleitte voor het verlagen van de BTW op fruit en groente (Witteman, 2021). Een sympathiek initiatief, maar echt verantwoordelijkheid nemen betekent ook de hand in eigen boezem durven steken, en afzien van (kinder)marketing van ongezonde producten en gaan lobbyen voor een hogere BTW op ongezonde producten.

Het is net als bij de coronapandemie: alleen samen kunnen we de obesitasepidemie te lijf. Aan die morele verantwoordelijkheid kan en mag de voedingsindustrie zich niet onttrekken.

Bronnen:

Carsons, T. L. (2009). Deception and Information Disclosure in Business and Professional Ethics. In G. G. Brenkert & T. L. Beauchamp (Eds.), The Oxford Handbook of Business Ethics. Oxford University Press.

Djojosoeparto, S. K., Kamphuis, C. B. M., Vandevijvere, S., & Poelman, M. P. (2021). The Healthy Food Environment Policy Index: Nederland. Een beoordeling van rijksoverheidsbeleid met betrekking tot de voedselomgeving in Nederland en beleidsaanbevelingen voor het creëren van een gezonde voedselomgeving.

Gezond Belgie. (2018, May 28). Gewichtstoestand. Naar een gezond België. https://www.gezondbelgie.be/nl/gezondheidstoestand/determinanten-van-gezondheid/gewichtstoestand

Gert, B. (2004). Common morality: Deciding what to do. Oxford University Press.

Hasnas, J. (2009). The Mirage of Product Safety. In G. G. Brenkert & T. L. Beauchamp (Eds.), The Oxford Handbook of Business Ethics. Oxford University Press.

Haverkamp, B., Verweij, M., & Stronks, K. (2018). Why Socio-Economic Inequalities in Health Threaten Relational Justice. A Proposal for an Instrumental Evaluation. Public Health Ethics, 11(3), 311–324.

Haverkamp, B. (2020). What is Enough? Sufficiency, Justice, and Health. Public Health Ethics, 13(1).

Nestle, M. (2013). Food politics: How the food industry influences nutrition and health (Vol. 3). University of California Press.

Nestle, M. (2018). Unsavory Truth: How Food Companies Skew the Science of What We Eat. Basic Books.

Smit, P. H. (2020, October 13). Onderzoek: Supers doen vrijwel niets om klant te verleiden gezonder voedsel te kopen. de Volkskrant. https://www.volkskrant.nl/gs-b1b8a9e6

Stichting Questionmark. (2020). Superlijst Gezondheid 2020: Welke supermarkt maakt gezond de makkelijke keuze? 62.

Stronks, K., Mheen, H. D., Looman, C. W., & Mackenbach, J. P. (1996). Behavioural and structural factors in the explanation of socio-economic inequalities in health: An empirical analysis. Sociology of Health & Illness, 18(5), 653–674.

Tempels, T. (2019). A Janus-faced food industry?: Ethical reflections on corporate responsibility for health [PhD Thesis]. Wageningen University.

Tempels, T., Blok, V., & Verweij, M. (2020). Injustice in Food-Related Public Health Problems: A Matter of Corporate Responsibility. Business Ethics Quarterly, 30(3).

 

*Tjidde Tempels is politicoloog en ethicus. Hij werkt als programmamaker bij Radboud Reflects en is docent politiek theorie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.


Omslagfoto door mali maeder via Pexels